HOOGDRUK
Linoleum- en houtsneden.
Bij deze techniek worden de delen die niet afgedrukt moeten worden, weggesneden of gestoken. De eerste prenten in hoogdruk komen uit China en Japan waar rond 800 na Christus al papier gemaakt werd. Pas in de late middeleeuwen kwamen er in Europa papierfabrieken, waarna de boekdrukkunst op gang kwam en later de houtsnedes om illustraties in grotere oplagen mogelijk te maken.
Tevens vallen onder de hoogdruktechnieken: kartondruk en materiaaldruk. |
DIEPDRUK
Deze techniek is ontstaan in het begin van de 16de eeuw en werd in de boekdrukkunst gebruikt om tekeningen te reproduceren. Hiermee konden veel fijnere prenten gedrukt worden dan met de daarvoor gebruikelijke houtsnede.
We onderscheiden diepdruk ruwweg in drie technieken: etsen, droge naald en graveren.
- Etsen is het chemisch verwijderen van metaal door zuren (inbijten).
Het woord "etsen" is afkomstig van het Duitse "ätzen" dat "doen eten" betekent. Het is een proces waarbij een tekening in metaal wordt
uitgebeten door een zuur met het doel er een afdruk van te maken. De tekening wordt in spiegelbeeld in de etsgrond aangebracht met een etsnaald. De door deze etsnaald uitgekraste delen van de etsgrond worden dan blootgesteld aan een verdund zuur, dat op die plaats het metaal wegvreet. Vervolgens wordt de etsgrond verwijderd, inkt in de uitgebeten delen gewreven en een afdruk gemaakt door de plaat met een vel papier bedekt onder een diepdrukpers door te halen.
- Droge naald is het inkrassen van een tekening in de plaat waardoor een braam ontstaat.
Hier wordt met een hardstalen of diamanten naald rechtstreeks in de plaat gekrast. De inkt wordt dan vastgehouden door de ontstane groefjes maar ook vooral door de ruwe opstaande randjes, ook braam genaamd. De inkt die in de braam wordt vastgehouden geeft de afdruk een warm tonaal en vertoont een fluweelachtig karakter. Deze braampjes slijten snel bij het afslaan en daardoor is het maximaal aantal goede afdrukken erg beperkt (max. 15-30 voor koper). Deze techniek wordt droog genoemd omdat er geen zuur aan te pas komt. In feite is dit geen etstechniek maar een vorm van graveren. De drogenaald techniek wordt vaak in combinatie met het etsen gebruikt, o.a. om de ets tijdens het maken van proefdrukken bij te werken.
- Graveren is het met een scherp gereedschap verwijderen van metaal uit het plaatoppervlak. |
ZEEFDRUK
Zeefdruk (ook: serigrafie) is een druktechniek die gebruikt wordt voor vele grafische doeleinden, zoals textieldecoratie, affiches en kunstdrukken. Ook wordt deze techniek industrieel toegepast voor de productie van bijvoorbeeld printplaten en zonnecellen.
Het principe van de zeefdruktechniek is vrij eenvoudig. Een stuk fijn gaas van zijde, polyester of staal wordt over een raamwerk gespannen. Het zeefdrukraam wordt vervolgens (meestal) voorzien van een lichtgevoelige laag die door middel van een positief film belicht wordt. De op het positief aanwezige donkere vlakken worden bij het ontwikkelen weggewassen zodat doorlatende plekken op het zeefdrukraam ontstaan, waar de inkt doorheen gedrukt wordt. Men brengt de inkt (of soldeerpasta) op het raam aan en smeert deze met behulp van een rakel uit, waardoor de vorm van de sjabloon op het te bedrukken voorwerp (de beelddrager) wordt afgedrukt. Deze techniek kan herhaald worden met verschillende kleuren en vormen die naast elkaar of over elkaar worden gedrukt.
Zeefdrukinkt is goed dekkend; dit maakt dat ook gedrukt kan worden op donkere beelddragers. Dit in tegenstelling tot vlakdruk, hoogdruk en diepdruk waarbij altijd transparante inkten gebruikt worden.
Geschiedenis
De zeefdruktechniek komt waarschijnlijk uit Japan, waar de sjabloondruktechniek werd verfijnd door, in plaats van brede verbindingen van het sjabloonmateriaal te laten bestaan, haar of zijde te gebruiken. Hierdoor konden veel fijnere ontwerpen worden gedrukt zonder plekken die opgevuld moesten worden.
De Japanners Yuzensai Miyasaki (1654-1763) en Zisukeo Hirose (1822-1890) worden wel bechouwd als de uitvinders van de Yuzendruk en Katagamisjablonen. Deze zogenaamde haarsjabonen werden vooral toegepast in de textielindustrie.
Het eerste patent op de zeefdruktechniek werd op 11 juli 1907 aan Samuel Simon uit Manchester (Verenigd Koninkrijk) verleend.
Toepassing
Met de juiste drukinkt of pasta is met de zeefdruktechniek (engels: silkscreening of screenprinting) vrijwel elk materiaal te bedrukken, bijvoorbeeld ook ronde glazen flessen. Tegenwoordig wordt de techniek op grote schaal industrieel ingezet en ook uit de kunstwereld is de zeefdruk (=serigrafie) niet meer weg te denken.
Het bekendste voorbeeld van een beeldend kunstenaar die de zeefdruktechniek voor zijn werk gebruikte is ongetwijfeld Andy Warhol, die voor zijn portretten van bekende personen en voor zijn roemruchte soepblikken en brillodozen de zeefdruktechniek gebruikte op linnen, papier en ook op hout. De techniek heeft de mogelijkheid tot massaproductie in zich, wat voor pop-art kunstenaars als Warhol een bijzonder interessant gegeven is. |
LITHOGRAFIE
De lithografie is in 1796 door Alois Senefelder uitgevonden.
Het is een manier van drukken die in de begin periode hoofdzakelijk door kunstenaars werd gebruikt. Later, tot ongeveer de 2e wereldoorlog, werd de lithografie industriëel gebruikt door commerciële drukkerijen. Vooral etiketten, verpakkingen en plaatwerk, zoals affiches, werden in steendruk vervaardigd.
Lithografie berust op het natuurkundig beginsel dat water en vet elkaar afstoten. Zij werkt als volgt. Een platte steenplaat wordt eerst geheel vlak geslepen (gegreind). Op het steenoppervlak kan vervolgens met vet krijt of vette inkt worden getekend. Het vel uit het krijt of de inkt trekt in de licht poreuze steen. Na een behandeling van de steen met arabische gom en salpeterzuur wordt de tekening met terpentine verwijderd. Het krijt- of inktvet blijft in de steen zitten. Met een vochtige spons wordt de steen nat gemaakt: waar getekend is en waar de steen dus vet is, wordt het water afgestoten en blijft de steen droog. Nu kan met een inktrolIer het beeld worden ingeïnkt. De vette drukinkt hecht zich alleen op de droge gedeelten van de steen. Wanneer er voldoende drukinkt op de steen staat, wordt er een vel papier op gelegd dat met grote druk onder een speciale pers wordt doorgehaald. De prent is dan gereed. Lithografie wordt vlakdruk genoemd omdat de drukinkt op het vlak van de steen wordt aangebracht. Bij de hoog- en diepdruk komt de drukinkt juist op een hoger of in een lager gedeelte van de drukvorm te zitten.
De prent noemt men afgekort vaak een litho.

 |